Studio Picobella

Hoe maak je een prentenboek?

Hoe maak je een prentenboek?

Dit jaar maak ik voor het eerst een prentenboek, onder begeleiding van niemand minder dan illustrator en schrijver Mark Janssen. Een droom die uitkomt, een hele fijne afleiding van de coronacrisis en een groot avontuur. In dit artikel geef ik je graag een kijkje achter de schermen! 

Sommige prentenboeken hebben echt iets magisch, vind je ook niet? Tijdens het lezen van zo’n pareltje maakt niet alleen het hart van mijn vierjarige neefje een vrolijk sprongetje. Ook ik vergeet dan even alles om me heen. We kunnen telkens niet wachten om de volgende bladzijde om te slaan. Want het boek is zó mooi, grappig, herkenbaar of alles tegelijk.

Kans
Al jaren droom ik ervan om een prentenboek te maken. Omdat ik er kinderen en volwassenen blij mee wil maken. Zo simpel is het. En ik vind de combinatie van schrijven én illustreren echt te gek.

Daarom twijfelde ik geen moment toen Mark Janssen in december 2019 The Picturebook Masterclass aankondigde. Een nieuw, intensief mentorprogramma, waarbij je aan het eind van het jaar je werk presenteert aan gerenommeerde kinderboekuitgeverijen. Wat een kans! Niet langer dromen, maar dóen. Ik schreef me meteen in.

Diepgang en fun
Het is alweer september en inmiddels zijn mijn zeven getalenteerde klasgenoten en ik druk bezig met het maken van illustraties. Maar hier is een hele weg aan vooraf gegaan.

Zo leerden we begin dit jaar dat het belangrijk is om eerst het concept voor je boek te bepalen. Zoiets is natuurlijk niet verplicht. Met een helder concept is de kans alleen veel groter dat je een sterk prentenboek maakt. Een boek met diepgang.

Tijdens een slapeloze nacht wist ik het: mijn boek draait om vooroordelen. Over in hokjes denken en te snel conclusies trekken. Soms is het heel nuttig dat ons brein in hokjes denkt. Bijvoorbeeld als er een inbreker voor je neus staat. Dan kun je snel schakelen. Maar vaak doe je anderen helaas pijn met je vooroordelen…

Gelukkig kijkt mijn hoofdpersoontje uiteindelijk veel verder dan haar speurneus lang is! Met als gevolg een ontknoping die helemaal fun en feel-good is. Dat is het mooie van je eigen verhaal creëren: je kiest zelf hoe alles gaat. Jij bent de regisseur.

Mijn verhaallijn ontstond trouwens ook niet over een nacht ijs. Wat ik vanaf het begin wél wist, was dat ik iets wilde doen met dat opmerkelijke en grappige nieuwsbericht dat ik jaren terug eens las, en nooit ben vergeten. Dat heb ik gedaan.

Balans
Vervolgens is het de kunst om een mooi evenwicht te vinden tussen tekst en beeld. De woorden en illustraties moeten elkaar versterken. We kregen daarom de opdracht om ons verhaal uit te schrijven en daarnaast een storyboard te maken. Op een storyboard schets je je prenten in het klein. Die houd je naast je tekst en zo puzzel je net zo lang totdat er een mooie balans ontstaat. Makkelijker gezegd dan gedaan.

Het helpt ook erg goed om daarna een dummy te maken van je prentenboek. Je werkt dan je schetsen uit op jouw favoriete formaat, legt printjes van je tekst erbij en vouwt de bladzijden tot een boek. Je kunt dan meteen proeflezen en ervaren of je ideeën écht werken. Is je toekomstige boek dynamisch en afwisselend genoeg?

Zoeken en spelen
Van concept tot uitwerking: elk onderdeel was, en is, een zoektocht voor mij. Ook de keuze van het materiaal bijvoorbeeld. Van tevoren dacht ik met gouache te gaan schilderen. Eerlijk gezegd vooral omdat ik anderen dat vaak zag gebruiken. Maar met dat middel lukte het me niet om te maken wat ik voor ogen had. Dat gold ook voor houtskool en andere media die ik al eerder had gebruikt.

Op een dag viel mijn oog op een kleurrijk stapeltje vouwblaadjes in een hoek van mijn bureau. Om m’n zinnen te verzetten, knipte ik wat verschillende vormen uit, speelde daarmee en bewerkte het papier een beetje met potlood en fineliner. Ik wist het meteen: dit voelde goed! Dit is mijn taal voor het prentenboek. Grappig hoe sommige dingen ontstaan.

Verticale leercurve
De stappen die nodig zijn om een prentenboek te maken, vind je vast ook online of in boeken. Maar de uitgebreide persoonlijke begeleiding van Mark Janssen krijg je alleen tijdens The Picturebook Masterclass. Tijdens elke fase zorgt hij ervoor dat ik echt het beste uit mezelf haal. (Nee, dit artikel is niet gesponsord!)

Daarnaast heeft ons klasje, dat bestaat uit gevorderde en beginnende illustratoren, gelukkig een supergoede vibe. We moedigen elkaar aan, leren van elkaar en geven elkaar de ruimte om frustraties en geluksmomenten te delen. (‘Ik kan het niet!’, ‘Hoe dan?’, ‘Yes, ik weet eindelijk hoe ik het ga doen!’)

Ik voel me altijd kwetsbaar als ik mijn creaties aan anderen laat zien. Zéker als ze nog niet af zijn en ik aan het leren ben. Het is allemaal zo persoonlijk en buiten mijn comfortzone. Maar de klas is een veilige bubble.

Gewoon proberen
Mijn definitieve prenten krijgen nu steeds meer vorm. Is het al zeker dat een uitgever mijn prentenboek uit wil geven? Helemaal niet! Maar dat geeft niet. Ik geniet van het maakproces. En dit is pas de eerste keer dat ik het probeer. Ik ben er ook trots op dát ik het probeer.

Ik had alle lessen tot nu toe, en de groep, voor geen goud willen missen. Op naar de presentatie in december!

Wat is jouw favoriete prentenboek? Wil jij misschien ook een prentenboek maken?
Ben benieuwd!

Liefs,

Tanja